Trefwoorden

Een alfabetische trefwoordenlijst

Hier bevinden zich alle trefwoorden die wij verder uitgewerkt hebben.


Ambigue situatie: een dubbelzinnige situatie

Ambivalentie: Een toestand van tegenstrijdige gevoelens.

Agorafobie: Psychische aandoening waarbij de patiënt buitengewoon veel angst ervaart als hij/zij openbare ruimtes betreed. Ook wel gekend als pleinvrees.

Aversieve situatie: Een afkeer verwekkende situatie

Boostersessies: De bedoeling van een boostersessie is dat het individu letterlijk ‘een boost’ krijgt om opnieuw op een positieve manier verder te gaan.

Cognitieve gedragstherapie: Een therapie waarin men zegt dat irrationele gedachten leiden tot disfunctioneel gedrag.

Comorbide klachten: Patiënt heeft meerdere klachten die in relatie staan met elkaar.

Constructief: Wat de opbouw betreft.

Context: Een verband of omgeving waarin iets gebeurt.

Differentiaaldiagnostiek: Een wetenschappelijke methode om uit een lijst van mogelijke aandoeningen waaraan een patiënt zou kunnen lijden, gegeven de klachten en symptomen die op dat moment bekend zijn, een diagnose te stellen.

Dynamische interpersoonlijke therapie: Een behandeling voor vele klachten en problemen.

E-health: Het toepassen van informatie- en communicatietechnologie ten dienste van de gezondheidszorg. E-Health omvat diverse technieken, projecten, services en systemen die op afstand werkzaam zijn, van oudsher vooral via de telefoonlijn, maar steeds meer via het internet.

Faalangst: De angst om fouten te maken.

Fobici: Mensen die lijden aan een vorm van fobie.

Gehechtheidstheorie: Deze theorie zegt dat we de behoefte hebben aan hechte banden.

Gepreoccupeerd: Hiermee bedoelen we dat iemand vooringenomen is.

Gerandomiseerde gecontroleerde trials: Hierin worden de effecten onderzocht van verschillende typen cognitieve training gericht op aandachtsbias, interpretatiebias of werkgeheugen in een emotionele context.

Impliciete processen: Hieronder verstaan we bv. negatieve vertekeningen in de informatieverwerking, ook wel cognitieve biases genoemd.

Interpersoonlijke affectieve focus (IPAF): Het is een onderdeel van de DIT. Het heeft als betekenis dat het een onbewust relationeel patroon is die herhaald wordt.

Loyaliteit: Trouw zijn aan iets of iemand.

Naslagwerk : Boek(enreeks) of een digitaal instrument waarin een professionele onderzoeker of amateuristische informatiezoeker snel specifieke informatie kan vinden.

Neuroticisme: Overgevoeligheid voor negatieve stimuli

Omgevingsfactoren: Factoren waar men zelf geen invloed op uit kan oefenen, zoals politieke situatie, economische situatie, taal, religie, cultuur, zeden en gewoonten en sfeer.

Sociale angst: Sociale angst (of sociale fobie) kenmerkt zich doordat men in situaties met andere mensen (vreemden en/of bekenden) bang is om bekeken te worden, te blozen, te trillen, te stotteren, kritiek te krijgen of de verkeerde dingen te doen of te zeggen.

Universele preventie: Universele preventie bevordert en beschermt actief de gezondheid van de gezonde bevolking.